Naar een nieuwe Benelux

Achtergrond

Op 1 november 2010 liep het op 3 februari 1958 te 's Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie (Nederlands Tractatenblad 1958,18) af. Het Benelux-verdrag blijft op grond van artikel 99, tweede lid, vervolgens voor achtereenvolgende tijdvakken van tien jaren van kracht, tenzij een van de partijen, een jaar voor de afloop van het lopende tijdvak, de andere partijen in kennis stelt van haar voornemen, het Verdrag te beŽindigen.

Het Comitť Nieuwe Benelux heeft zich vanaf 2005 doel gesteld dat de drie Lidstaten BelgiŽ, Nederland en Luxemburg een nieuw Benelux-verdrag zouden sluiten ter opvolging van het aflopende. Het algemeen inzicht was dat de betrokken partijen enkele jaren nodig zouden hebben om de bepalingen van een nieuw verdrag vast te leggen zodat het goedkeurings- en ondertekeningsproces begin 2010 kon plaatsvinden.

In BelgiŽ, Nederland en Luxemburg werd een aanzet gemaakt tot het opstarten van de discussie over de toekomst van de Benelux. Vragen die beantwoord moesten worden, waren op welke terreinen de Benelux een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van andere bestaande structuren (met name de EU), de verhouding tussen de Benelux als politiek platform en als organisatie (de Benelux Economische Unie), gezamenlijk optreden in internationaal verband en de rol van het Secretariaat-Generaal te Brussel, het Benelux Parlement en het Benelux-Gerechtshof.

De ratificatie van het nieuwe verdrag heeft langer geduurd dan voorzien. Op 3 februari 2012 is het in werking getreden.
Het Nederlandse parlement stelt zich kritisch op en verlangt periodieke monitoring om te kunnen volgen of het verdrag werkelijke betekenis heeft.
Het bestuur van het Comitť Nieuwe Benelux ziet voor zichzelf als taak om erop toe te zien dat aan het verdrag ook inhoud wordt gegeven. Het zal zelf met inhoudelijke voorstellen komen.

Uitdaging: Politieke Samenwerking

De noodzaak van politieke samenwerking wordt door de Stichting Nieuwe Benelux benadrukt omdat op die wijze een situatie ontstaat waarbij de Benelux evenveel stemmen heeft binnen de Europese Ministerraad als de vier grootste Lidstaten Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en ItaliŽ, namelijk 29.  (BelgiŽ 12 stemmen, Nederland 13 stemmen en Luxemburg 4 stemmen) Op die manier zou de Benelux –zoals zij een voortrekkersrol speelde op het vlak van economische samenwerking – een voorbeeldfunctie kunnen vervullen bij het tot stand komen van een Politieke Unie zoals er reeds een Economische Unie en een Monetaire Unie zijn ontstaan. Het is dan wel wenselijk dat zon Benelux Politieke Unie niet meer zou werken op een ad hoc - basis, zoals nu het geval is.

Deze samenwerking zou daarentegen een verdragsmatig en dus institutioneel karakter moeten krijgen. De onderlinge afspraken zouden, zeker in Europees verband, bindend moeten zijn, ook voor opeenvolgende regeringen. Voor zo’n structurele versterking van de Benelux-samenwerking pleiten vier redenen:

  1. De economische positie van de Beneluxlanden: in economisch opzicht bezetten de drie landen de vierde plaats binnen de Europese Unie. De Benelux geldt samen met de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zelfs als vierde economische megaregio, met een bevolking van 46 miljoen inwoners. Binnen de Europese Unie is dit het belangrijkste economische complex. Wereldwijd neemt de Benelux Unie eveneens de vierde plaats in, na China, Duitsland en de Verenigde Staten, niet toevallig vanwege de Nederlandse en Vlaamse havens en vanwege de gunstige ligging ten opzichte van het vaste land van de Europese Unie. Dat roept om afstemming en waar mogelijk integratie.

  2. De laboratorium-functie: de internationale samenwerking krijgt in de Benelux kansen die elders in de EU nog om van te dromen zijn. Samenwerking op het gebied van de politie (zie Schengen), brandweer, ambulancediensten en de bestrijding van veeziekten zijn in de Benelux tot stand gebracht. Ook met grensoverschrijdend natuurbeheer is een begin gemaakt. Andere beleidsonderwerpen waar samenwerking op handen is zijn transport en economische vestigingsvoorwaarden.

  3. De Benelux Unie is een culturele caleidoscoop in velerlei opzicht: het is een meertalig gebied, de deels gemeenschappelijke historie speelt een verbindende rol, de diversiteit aan culturele instellingen is groot en van hoog gehalte en opleidingen bieden mogelijkheden om in een ander Beneluxland dan dat van de eigen nationaliteit aan het werk te gaan.

  4. Tegenwicht aan de groten: mobilisering van enig effectief tegenwicht door middel van gezamenlijk optreden van de Benelux-landen kan nooit kwaad om al te grote eigengereidheid van de groten' te voorkomen. Daarin gaat het niet, zoals wel beweerd wordt, om de vaststelling van een dwingende federale blauwdruk van het einddoel van de integratie. Inzet van dit debat is niet de vraag naar het politieke einddoel, maar die van de toekomstige richting van het integratieproces. Simpel gezegd, een integratieproces dat zich sterker langs intergouvernementele lijnen zal ontwikkelen, dan wel een Unie die geŽnt is op blijvend sterke communautaire en supranationale structuren. Die vraag gaat in het bijzonder kleinere lidstaten als BelgiŽ, Luxemburg en Nederland aan.

De Benelux kan in politiek opzicht een nieuwe toekomst tegemoet gaan. Een krachtenbundeling in een hecht politiek samenwerkingsverband stelt de Benelux in staat om bij de onderhandelingen binnen de Europese Unie als een politieke eenheid op te treden. Door het voortouw tot zo'n politieke krachtenbundeling te nemen kan de Benelux andere kleine lidstaten inspireren dat voorbeeld te volgen. Denk bijvoorbeeld aan bestaande overlegstructuren zoals die tussen de Scandinavische landen, de Baltische staten en de zogenaamde Visegrad-staten die eveneens verder zouden kunnen worden geÔntensiveerd.  Zo kan de Benelux samen met andere kleine lidstaten een tegenwicht opbouwen tegen de politiek van de grote lidstaten.

Manifest 'Naar een nieuwe Benelux'
Het Comitť Nieuwe Benelux' is een initiatief van dr. S.W. Couwenberg emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht Erasmus Universiteit Rotterdam), dr. H. Gysels (emeritus hoogleraar biologie en ecologie Universiteit Gent) en mr.  P. van Haute (ere-ambassadeur te Brussel). Op 15 maart 2005 overhandigde het Comitť het Manifest Naar een nieuwe Benelux aan het directorium van de Interparlementaire Beneluxraad in Den Haag. Dit Manifest is inmiddels door een groot aantal vooraanstaande wetenschappers, politici en vertegenwoordigers van uiteenlopende maatschappelijke instellingen ondertekend. De tekst van het manifest is te vinden op de website van het Comitť:
www.Benelux2010.eu

Tijdens directe contacten met politici en regeringsleiders vraagt het Comitť aandacht voor de wenselijkheid tot een nieuw Benelux-verdrag te komen dat de verworvenheden behoudt en in zal gaan op de uitdagingen van de toekomst.

Comitť Nieuwe Benelux

Secretariaat
Nassaukade 73
2281 XH Rijswijk (NL)

paulvanvelthoven@casema.nl